André van der Wal. Wie ben ik ?

 

André van der Wal. Wie ben ik ?

Wat hoor ik? Ach, Guus natuurlijk, mijn labradoodle die aan de deur van onze slaapkamerdeur krabt; hij vindt het welletjes en wil eruit. Guus is een viervoeter die ieders hart steelt; hij is vrolijk, speels en lief voor kinderen.

Ik kleed me vlug aan, pak de riem. Guus is een en al beweeglijkheid: hij danst en springt rond zijn riem, kwispelt met zijn staart, heeft er echt zin in.

Elke morgen maak ik een wandeling van ongeveer een uur. Het eerste half uur mag hij loslopen, geen borden” Verboden voor loslopende honden”. Rennen, snuffelen en het feest is compleet  als hij andere honden ontmoet: elkaar besnuffelen, over elkaars plasje heen plassen,  enfin, het  hele ritueel afwerken om te ontdekken  of ze bij elkaar in de smaak vallen.

Elke dag weer geniet ik van de blijheid en uitgelatenheid  van Guus. Het tweede deel van de wandeling moet hij aangelijnd worden. Hij weet dat precies, loopt parmantig aan de lijn en kijkt af en toe naar me op met een blik van: we zijn toch de beste maatjes van elkaar? Om ons verbond te bekrachtigen tilt hij een achterpoot op en richt zijn straal op boom of struik.

De luchten kleuren  betoverend purper, geel, roze. Dankzij het uitlaten van mijn hond heb ik oog gekregen voor de kleurenpracht van de wolken en de eindeloze vormvariaties. De stilte en de natuur omhullen me als een veilige, zachte deken;  de ene na de andere gedachte stijgt als een zeepbel  in mijn hoofd omhoog, spat uiteen, totdat er een blijft zweven.

“Wie ben ik eigenlijk?” Ik kijk naar de kleurrijke zeepbel en naar Guus, die parmantig, nietsvermoedend naast me loopt. Heerlijk toch om een hond te zijn, één met de omgeving, op zijn tijd geknuffeld worden, je brokken consumeren, een bot opknauwen. Plotseling voel ik jaloezie in me opkomen. Wat heerlijk niet geplaagd te worden door zorgen, vervelende gedachten…Maar toch, ik ben nu eenmaal een denkend wezen, dat vragen stelt over zichzelf en de wereld. “Wie ben ik?”gonst het in mijn hoofd.

Ik houd zielsveel van muziek, vooral van klassiek, speel dwarsfluit en musiceer af en toe met een kennis die me op de piano begeleidt. Muziek speelt ook een belangrijke rol bij het tot stand komen van mijn beelden, die ik boetseer in klei of was. Momenteel  werk ik aan een beeld waarmee ik via een sierlijk lijnenspel een ode wil brengen aan de Muze der muziek. Muziek, beeldhouwen ,boetseren en schrijven zijn een ware hartstocht van mij, een diepe levensbehoefte: ik kan er mijn energie en gevoelens in kwijt.

Het  spelen met taal completeert dit alles. Fascinerend wat taal de mens kan bieden! Het  is een uitdaging voor mij speeches te schrijven ter gelegenheid van bruiloften , voor  iemand die zojuist is afgestudeerd  of voor andere bijzondere gebeurtenissen, dit alles toegesneden op de betreffende persoon of situatie. Ook het schrijven van originele reclameteksten vind ik boeiend.

“Last but not least” : gedichten schrijven Een aantal ervan is verschenen in verzamelbundels  o.a. bij uitgeverij “De vleermuis”. Het zijn  gedichten over mijn ouderloze kinderjaren, over de liefde en onze kleinkinderen. Ook heb ik humoristisch werk geschreven, bijvoorbeeld het boekje Hondse Rijmen, waarin de wereld van de mens bekeken wordt door de ogen van de hond. Het is een cartoonachtig boekje met 4-regelige geestige, speelse tekstjes, waarin iedere hondenliefhebber zichzelf en zijn hond zal herkennen.

Indien u belangstelling heeft om 1 of meerdere boekjes te bestellen, gebruikt dan het contact formulier 

 

Een voorbeeld uit Hondse Rijmen:

DOKTER OEN

Mijn huisarts is een vent

die volgens mij zijn vak niet kent.

Laatst keek hij in mijn anus,

terwijl ik last had van mijn kanis.

 

Ook heb ik kattengedichten geschreven. Een voorbeeld:

 

WAT  KRIJGEN WE NOU?

Sinds ik een belletje aan mijn halsband draag,

stel ik me dagelijks de vraag:

“Zijn de vogels extra snel,

sinds ik van tevoren bel?”

“Wie ben ik?”gonst het weer in mijn hoofd.”Iemand die rijk begaafd is, daar dankbaar voor is en anderen in zijn gaven wil laten delen”, hoor ik mezelf zeggen.

Dieren stelen mijn hart: ze veinzen niet, zijn zichzelf. Honden ontroeren me door hun trouw, spontaniteit en intuïtie.

 

André van der Wal